indringer

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·drin·ger
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord indringer indringers
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

indringer m

  1. iemand die zich met geweld toegang verschaft
  2. iemand die zich ergens met list en geweld een positie veroverd heeft
  3. bemoeizuchtig persoon
Verwante begrippen
Vertalingen