indringer
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- in·drin·ger
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | indringer | indringers |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
indringer m
- iemand die zich met geweld toegang verschaft
- iemand die zich ergens met list en geweld een positie veroverd heeft
- bemoeizuchtig persoon
Verwante begrippen
Vertalingen
3. bemoeizuchtig persoon