improviseren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • im·pro·vi·se·ren
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
improviseren
improviseerde
geïmproviseerd
zwak -d volledig

Werkwoord

improviseren

  1. (inergatief) iets bedenken zonder vooropgesteld plan
    Ik heb geen tekst geschreven voor de toespraak, ik improviseer wel.
  2. acteren zonder script.
Verwante begrippen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen