improviseren
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- im·pro·vi·se·ren
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| improviseren |
improviseerde |
geïmproviseerd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
improviseren
- (inergatief) iets bedenken zonder vooropgesteld plan
- Ik heb geen tekst geschreven voor de toespraak, ik improviseer wel.
- acteren zonder script.
Verwante begrippen
1. iets bedenken zonder vooropgesteld plan