hum

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Woordafbreking
  • hum
enkelvoud meervoud
naamwoord hum -
verkleinwoord hummetje

Zelfstandig naamwoord

hum o

  1. (verkorting van) humeur
    Uit zijn hum zijn.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen