hoera

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hoe·ra

Tussenwerpsel

hoera

  1. uitroep van vreugde
    Hoera! Ik ben jarig.
    Leve de koningin! Hoera! Hoera! Hoera!