herwinnen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- her·win·nen
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| herwinnen |
herwon |
herwonnen |
| klasse 3 | volledig | |
Werkwoord
herwinnen
- (overgankelijk) opnieuw in bezit van iets komen
- Daarmee herwonnen zij de stad die eerder door de vijand ingenomen was.