herstelle

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • her·stel·le

Werkwoord

herstelle

  1. (verouderd) enkelvoud aanvoegende wijs van herstellen
    De fout die men gemaakt heeft herstelle men liefst zelf .


Duits

Uitspraak
  • IPA: / ˈheːɐ̯ˌʃtɛlə /
Woordafbreking
  • her·stel·le

Werkwoord

herstelle

  1. (bijzin) eerste persoon enkelvoud aantonende wijs tegenwoordige tijd van herstellen
  2. (bijzin) eerste persoon enkelvoud aanvoegende wijs I tegenwoordige tijd van herstellen
  3. (bijzin) derde persoon enkelvoud aanvoegende wijs I tegenwoordige tijd van herstellen