herstelle
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- IPA: /ɦɛr'stɛlə/
Woordafbreking
- her·stel·le
Werkwoord
herstelle
- (verouderd) enkelvoud aanvoegende wijs van herstellen
- De fout die men gemaakt heeft herstelle men liefst zelf .
Duits
Uitspraak
- IPA: /ˈheːɐ̯ˌʃtɛlə/
Woordafbreking
- her·stel·le
Werkwoord
herstelle
- (bijzin) eerste persoon enkelvoud aantonende wijs tegenwoordige tijd van herstellen
- (bijzin) eerste persoon enkelvoud aanvoegende wijs I tegenwoordige tijd van herstellen
- (bijzin) derde persoon enkelvoud aanvoegende wijs I tegenwoordige tijd van herstellen