herstelden
Uit WikiWoordenboek
Nederlands
Woordafbreking
- her·stel·den
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| herstellen |
herstelden
- meervoud verleden tijd van herstellen
- Wij herstelden.
- Jullie herstelden.
- Zij herstelden.
- Wij herstelden.