harpoen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: harpoen (hulp, bestand)
- IPA:
- (Noord-Nederland): /ɦɑrˈpun/
- (Vlaanderen, Brabant): /ɦɑrˈpun/
- (Limburg): /hɑrˈpun/
Woordafbreking
- har·poen
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | harpoen | harpoenen |
| verkleinwoord | harpoentje | harpoentjes |
Zelfstandig naamwoord
harpoen m
- een grote pijl met weerhaken aan een touw
- In de walvisvangst wordt gebruik gemaakt van harpoenen.
- een speer met weerhaken
- Er zijn harpoenen bekent uit prehistorisch Europa.
Synoniemen
- [2] visspeer
Hyperoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
1. een grote pijl met weerhaken aan een touw
2. een speer met weerhaken