gijzeling

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • gij·ze·ling
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord gijzeling gijzelingen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

gijzeling v

  1. het gevangen houden of nemen van iemand ten einde iets af te dwingen
    De gijzeling kwam door militair ingrijpen ten einde.
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • iemand in gijzeling houden
De man die sinds maandagmorgen half 10 mensen in gijzeling heeft gehouden in de Rembrandttoren in Amsterdam, is dood.
Vertalingen

Meer informatie

Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen