geuren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • geu·ren
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van geur.
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
geuren
geurde
gegeurd
zwak -d volledig

Werkwoord

geuren

  1. (absoluut) een aangenaam ruikende lucht verspreiden
    De bloemenzee geurde en de bijen vlogen af en aan.

Zelfstandig naamwoord

geuren mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord geur