geuren
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- geu·ren
Woordherkomst en -opbouw
- Afgeleid van geur.
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| geuren |
geurde |
gegeurd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
geuren
- (inergatief) een aangenaam ruikende lucht verspreiden
- De bloemenzee geurde en de bijen vlogen af en aan.
Zelfstandig naamwoord
geuren mv
- meervoud van het zelfstandig naamwoord geur