gemakkelijk
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: gemakkelijk (hulp, bestand)
- IPA: /gə'mɑkələk/
Woordafbreking
- ge·mak·ke·lijk
Woordherkomst en -opbouw
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | gemakkelijk | gemakkelijker | gemakkelijkst |
| verbogen | gemakkelijke | gemakkelijkere | gemakkelijkste |
Bijvoeglijk naamwoord
gemakkelijk
- geen moeite of inspanning vereisend
- Alle leerlingen vonden dat een gemakkelijke proefwerkopgave.
- comfortabel.
- Hij installeerde zich in die gemakkelijke stoel.
- bereidwillig om zich aan te passen
- Wij vonden haar erg gemakkelijk in de omgang.
Uitdrukkingen en gezegden
- veilig en lekker gemakkelijk
veilig en lekker gemakkelijk
|