gekrakeel
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ge·kra·keel
Woordherkomst en -opbouw
- Naamwoord van handeling van krakelen met het voorvoegsel ge-
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | gekrakeel | |
| verkleinwoord |
Zelfstandig naamwoord
gekrakeel o
- lawaai ontstaan door onenigheid
- De voorzitter wist een eind te maken aan het gekrakeel.