gehoornd
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ge·hoornd
Woordherkomst en -opbouw
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | gehoornd | ||
| verbogen | gehoornde |
Bijvoeglijk naamwoord
gehoornd
- voorzien van horens, horens dragend
- Het is een mythe dat Vikingen getooid met gehoornde helmen ten strijde trokken.