gedegen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ge·de·gen
| stellend | |
|---|---|
| onverbogen | gedegen |
| verbogen | - |
Bijvoeglijk naamwoord
gedegen
- degelijk, grondig
- Zij heeft zich gedegen voorbereid.
- in de natuur als zodanig voorkomend
- Koper in gedegen vorm, vind je soms in de natuur.