gedegen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·de·gen
stellend
onverbogen gedegen
verbogen -

Bijvoeglijk naamwoord

gedegen

  1. degelijk, grondig
    Zij heeft zich gedegen voorbereid.
  2. in de natuur als zodanig voorkomend
    Koper in gedegen vorm, vind je soms in de natuur.
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen