gaven
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Woordafbreking
- ga·ven
Zelfstandig naamwoord
gaven mv
- meervoud van het zelfstandig naamwoord gave
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| geven |
gaven
- meervoud verleden tijd van geven
- Wij gaven.
- Jullie gaven.
- Zij gaven.
- Wij gaven.