gaven

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Woordafbreking
  • ga·ven

Zelfstandig naamwoord

gaven mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord gave

Werkwoord

vervoeging van
geven

gaven

  1. meervoud verleden tijd van geven
    Wij gaven.
    Jullie gaven.
    Zij gaven.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen