garantie
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: Bestand bestaat nog niet. Aanmaken?
- IPA:
- (Noord-Nederland): /ɣa'rɑn(t)si/
- (Vlaanderen, Brabant): /ɣa'rɑnsi/
Woordafbreking
- ga·ran·tie
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | garantie | garanties |
| verkleinwoord | garantietje | garantietjes |
Zelfstandig naamwoord
garantie v
- een verklaring waarin men verklaart voor bepaalde gevolgen in te staan
- Hij gaf hem de garantie dat alle schade vergoed zou worden.
Vertalingen
1. een verklaring waarin men verklaart voor bepaalde gevolgen in te staan
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.