garantie

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ga·ran·tie
enkelvoud meervoud
naamwoord garantie garanties
verkleinwoord garantietje garantietjes

Zelfstandig naamwoord

garantie v

  1. een verklaring waarin men verklaart voor bepaalde gevolgen in te staan
    Hij gaf hem de garantie dat alle schade vergoed zou worden.
Vertalingen

Meer informatie

Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen