gaas

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • gaas
enkelvoud meervoud
naamwoord gaas gazen
verkleinwoord gaasje gaasjes

Zelfstandig naamwoord

gaas o

  1. een uit dunne gevlochten metalen draadjes gemaakte mat
    Het kippenhok werd gemaakt van een houten geraamte bekleed met gaas.
Vertalingen