functioneerden
Uit WikiWoordenboek
Nederlands
Woordafbreking
- func·ti·o·neer·den
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| functioneren |
functioneerden
- meervoud verleden tijd van functioneren
- Wij functioneerden.
- Jullie functioneerden.
- Zij functioneerden.
- Wij functioneerden.