financiën
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- fi·nan·ci·ën
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | - | financiën, financies |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
financiën mv
- de geldmiddelen van een persoon of instelling
- Ik wil een nieuwe computer maar mijn financiën staan me dat niet toe.