fax
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- fax
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | fax | faxen |
| verkleinwoord | faxje | faxjes |
Zelfstandig naamwoord
fax m
- (telecommunicatie) een apparaat waarmee documenten per telefoon verzonden kunnen worden, faxtoestel
- Ik gebruik mijn fax iedere dag.
- (communicatie) een per fax verzonden bericht, faxbericht
- Heb je mijn fax nog ontvangen?
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen
1. een apparaat waarmee documenten per telefoon verzonden kunnen worden
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| faxen |
fax
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van faxen
- Ik fax.
- gebiedende wijs van faxen
- Fax!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van faxen
- Fax je?
Latijn
Zelfstandig naamwoord
fax v
Oudnoors
Woordherkomst en -opbouw
- afkomstig van het Proto-Germaanse *poḱ-s-.
Zelfstandig naamwoord
fax
Overerving en ontlening
Tsjechisch
Zelfstandig naamwoord
fax m
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Telecommunicatie in het Nederlands
- Communicatie in het Nederlands
- Werkwoordsvorm in het Nederlands
- Woorden in het Latijn
- Zelfstandig naamwoord in het Latijn
- Woorden in het Oudnoors
- Zelfstandig naamwoord in het Oudnoors
- Woorden in het Tsjechisch
- Zelfstandig naamwoord in het Tsjechisch