eindigt

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ein·digt

Werkwoord

vervoeging van
eindigen

eindigt

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van eindigen
    Jij eindigt.
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van eindigen
    Hij eindigt.
  3. verouderde gebiedende wijs meervoud van eindigen
    Eindigt!