ecliptica

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • eclip·ti·ca
enkelvoud meervoud
naamwoord ecliptica -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

ecliptica v

  1. (astronomie) de cirkel aan de hemel die de zon in één jaar schijnt te doorlopen, in werkelijkheid dus de aardbaan
Synoniemen
Vertalingen

Meer informatie