dubieus

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • du·bi·eus
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van het Latijnse woord dubiosus (van dubium ("twijfel")) + het Franse achtervoegsel -eus.[1]
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen dubieus dubieuzer dubieust
verbogen dubieuze dubieuzere dubieuste

Bijvoeglijk naamwoord

dubieus

  1. twijfelachtig
    Een dubieus argument, een dubieuze stelling.
Verwijzingen
  1. Etymologiebank.nl