dinges

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • din·ges
enkelvoud meervoud
naamwoord dinges
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

dinges o

  1. (spreektaal) geeft een onbepaald voorwerp of persoon aan, waarvan of van wie men niet op de naam of benaming komt