derde

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • der·de
1. enkelvoud meervoud
naamwoord derde derdes
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

derde o

  1. door drie gedeeld iets.
    Een derde van de stedelijke wereldbevolking woont in sloppenwijken.
Vertalingen
1. enkelvoud meervoud
naamwoord derde derdes
verkleinwoord
2. enkelvoud meervoud
naamwoord derde derden
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

derde m

  1. nummer drie in een rij.
    De derde die belt maakt kans op 200 euro, waag je kans!
  2. (veelal meervoud) onbetrokken partij
    De mening van derden moet worden ingeroepen om volledig objectief te zijn.
Vertalingen


Rangtelwoord
1ste 11de 10de 100ste
2de 12de 20ste 1000ste
3de 13de 30ste 106ste
4de 14de 40ste 109ste
5de 15de 50ste 1012ste
6de 16de 60ste 1015ste
7de 17de 70ste 1018ste
8ste 18de 80ste 1021ste
9de 19de 90ste 1024ste

Rangtelwoord

derde

  1. betrekking hebbend op nummer drie in een rij.
    De derde wereldoorlog bleef gelukkig uit.
Vertalingen
Persoonlijke instellingen