deposito
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- de·po·si·to
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | deposito | deposito's |
| verkleinwoord | depositootje | depositootjes |
Zelfstandig naamwoord
deposito o
- het in bewaring geven (van geld (aan een bank))
- in bewaring gegeven geld
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Verwijzingen
Spaans
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| depositar |
deposito
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van depositar.