deny

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Engels

Uitspraak
vervoeging
onbepaalde wijs to deny
he/she/it denies
verleden tijd denied
voltooid
deelwoord
denied
onvoltooid
deelwoord
denying
gebiedende wijs deny

Werkwoord

deny

  1. ~ + gerund: ontkennen, loochenen
    «He denied having been present.»
    Hij ontkende aanwezig te zijn geweest.
  2. weren, afwijzen, weigeren
    «I was denied access.»
    Mij werd de toegang geweigerd.