curieus
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- cu·ri·eus
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | curieus | curieuzer | meest curieus |
| verbogen | curieuze | curieuzere | meest curieuze |
Bijvoeglijk naamwoord
curieus
- verlangend om iets te weten of waar te nemen
- Wat ben jij toch een curieus mannetje...
- vreemd, bizar
- Wat een curieus onderwerp is dit, zeg!
Synoniemen
- [1] nieuwsgierig