crawl

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Woordafbreking
  • crawl

Werkwoord

vervoeging van
crawlen

crawl

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van crawlen
    Ik crawl.
  2. gebiedende wijs van crawlen
    Crawl!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van crawlen
    Crawl je?


Engels

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
  • Naamwoord [A] en werkwoord: afkomstig van het Middelengelse werkwoord craulen, dat van het Oudnoorse werkwoord krafla komt.
  • Naamwoord [B]: afkomstig van het Afrikaanse naamwoord kraal.
enkelvoud meervoud
crawl crawls

Zelfstandig naamwoord

[A] crawl

  1. kruipen
  2. sukkelgangetje
  3. lichtkrant
  4. (sport) crawlen
Afgeleide begrippen

Zelfstandig naamwoord

[B] crawl

  1. een omheining voor vissen of schildpadden in ondiep water
Verwante begrippen
vervoeging
onbepaalde wijs to crawl
he/she/it crawls
verleden tijd crawled
voltooid
deelwoord
crawled
onvoltooid
deelwoord
crawling
gebiedende wijs crawl

Werkwoord

crawl

  1. (onovergankelijk) kruipen
  2. (onovergankelijk) rondkruipen
  3. (onovergankelijk) wemelen
  4. (onovergankelijk), (spreektaal) panlikken, slijmen, vleien
  5. (onovergankelijk), (sport) crawlen
Vaste voorzetsels
  • crawl about
  • crawl along
  • crawl around
  • crawl through
  • crawl with
Synoniemen
Hyperoniemen
Afgeleide begrippen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen