crawl
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Woordafbreking
- crawl
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| crawlen |
crawl
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van crawlen
- Ik crawl.
- gebiedende wijs van crawlen
- Crawl!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van crawlen
- Crawl je?
Engels
Uitspraak
- Geluid: crawl (VS) (hulp, bestand)
- IPA: /krɔːl/
Woordherkomst en -opbouw
- Naamwoord [A] en werkwoord: afkomstig van het Middelengelse werkwoord craulen, dat van het Oudnoorse werkwoord krafla komt.
- Naamwoord [B]: afkomstig van het Afrikaanse naamwoord kraal.
| enkelvoud | meervoud |
|---|---|
| crawl | crawls |
Zelfstandig naamwoord
[A] crawl
Afgeleide begrippen
- [1]: crawl hatch
- [1]: crawl space, crawlspace
- [1]: disco crawl
- [1]: pub crawl
Zelfstandig naamwoord
[B] crawl
- een omheining voor vissen of schildpadden in ondiep water
Verwante begrippen
| vervoeging | |
|---|---|
| onbepaalde wijs | to crawl |
| he/she/it | crawls |
| verleden tijd | crawled |
| voltooid deelwoord |
crawled |
| onvoltooid deelwoord |
crawling |
| gebiedende wijs | crawl |
Werkwoord
crawl
- (onovergankelijk) kruipen
- (onovergankelijk) rondkruipen
- (onovergankelijk) wemelen
- (onovergankelijk), (spreektaal) panlikken, slijmen, vleien
- (onovergankelijk), (sport) crawlen
Vaste voorzetsels
- crawl about
- crawl along
- crawl around
- crawl through
- crawl with
Synoniemen
- [1]: creep
Hyperoniemen
Afgeleide begrippen
- [1]: crawling
- [1]: crawlingly
- [1]: pub crawl
- [4]: crawler