concluderen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- con·clu·de·ren
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| concluderen |
concludeerde |
geconcludeerd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
concluderen
- (overgankelijk) tot een eis komen
- Hij werd tot invrijheidsstelling geconcludeerd.
- (overgankelijk) tot een besluit komen
- Hieruit concludeer ik dat u niet goed genoeg opgelet heeft.
Verwante begrippen
Vertalingen
2. (overgankelijk) tot een besluit komen