comité
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- co·mi·té
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | comité | comités |
| verkleinwoord | comiteetje | comiteetjes |
Zelfstandig naamwoord
comité o
- een groep van mensen die iets voorbereiden of organiseren, zoals een herdenking, feest, etc.
- Het comité organiseerde het festival.