charmeur
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- char·meur
Woordherkomst en -opbouw
- Naamwoord van handeling van charmeren met het achtervoegsel -eur [1]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | charmeur | charmeurs |
| verkleinwoord |
Zelfstandig naamwoord
charmeur m
- iemand die vrouwen weet te bekoren
Verwante begrippen
Vertalingen
1. iemand die vrouwen weet te bekoren