chalet

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • cha·let
enkelvoud meervoud
naamwoord chalet chalets
verkleinwoord chaletje chaletjes

Zelfstandig naamwoord

chalet m/o

  1. traditionele houten berghut met schuin dak, van oorsprong uit het alpengebied
    De wintersporters waren in hun chalets ingesloten door de hoge sneeuw.
Vertalingen

Meer informatie

Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen