certificeren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • cer·ti·fi·ce·ren
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
certificeren
certificeerde
gecertificeerd
zwak -d volledig

Werkwoord

certificeren

  1. (overgankelijk) het officieel verklaren dat iets geldig is of voldoet aan een norm (zwart op wit geven)
Synoniemen
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen