catalogus

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ca·ta·lo·gus
Woordherkomst en -opbouw
  • met het voorvoegsel cata-
enkelvoud meervoud
naamwoord catalogus catalogi, catalogussen
verkleinwoord catalogusje catalogusjes

Zelfstandig naamwoord

catalogus m

  1. een register van een verzameling
    In de bibliotheek keken we in de catalogus.
Verwante begrippen