register
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- re·gis·ter
Woordherkomst en -opbouw
- Van het Middeleeuws-Latijn registrum, van het Laatlatijnse regesta (“lijst”), van het Latijnse regerere (“opnemen, dragen”), van re- + gerere (“dragen”).
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | register | registers |
| verkleinwoord | registertje | registertjes |
Zelfstandig naamwoord
register o
- voortdurend bijgehouden lijst met gegevens over personen of zaken (b.v. bij een kadaster), bestand
- inhoudsopgave, index
- een serie orgelpijpen in een pijporgel met dezelfde klankkleur, orgelregister
- (muziek) o.a. deel van de toonomvang van een instrument of stem, stemregister
- (taalkunde) stilistische variatie gebonden aan een bepaalde situatie (stijlregister, taalregister)
- (informatica) een rij van MS-elementen waarin de belangrijkste operaties van een computer plaatsvinden zoals optellen, vermenigvuldigen etc. (o.a. schuifregister)
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.