carburator

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Een carburator

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • car·bu·ra·tor
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord carburator carburatoren, carburators
verkleinwoord carburatortje carburatortjes

Zelfstandig naamwoord

carburator m

  1. (motortechniek) onderdeel dat vloeibare brandstof (bv. benzine) in fijn verdeelde toestand vermengt met lucht
    De carburator moet schoon en juist afgesteld zijn.
Schrijfwijzen
Synoniemen
Meroniemen
Vertalingen

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl