blinde
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- blin·de
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | blinde | blinden |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
- iemand die niet kan zien
- vensterluik, blind
Antoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
- blindedarm, blindenbibliotheek, blindengeleidehond, blindengeleider, blindenschrift, blindenstok, blinder, geblind
Vertalingen
Bijvoeglijk naamwoord
blinde
- verbogen vorm van de stellende trap van blind
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Verwijzingen
Spaans
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| blindar |
blinde