bijeenroeping

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bij·een·roe·ping
enkelvoud meervoud
naamwoord bijeenroeping bijeenroepingen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

bijeenroeping v [1]

  1. de handeling van het bijeenroepen
  2. plaats en tijd van een vergadering aan de zittende leden mededelen om deze bijeen te brengen
    De bijeenroeping dient geruime tijd voor de vergadering te geschieden.
  3. een document waarin [2] geschiedt
    Ik heb de bijeenroeping nog niet ontvangen.
Synoniemen
Vertalingen
Verwijzingen
  1. Woordenboek der Nederlandse taal