bigamist

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bi·ga·mist
enkelvoud meervoud
naamwoord bigamist bigamisten
verkleinwoord bigamistje bigamistjes

Zelfstandig naamwoord

bigamist m

  1. een persoon die dubbel gehuwd is
    Het brandmerken of brandtekenen, een straf voor bedelaars, dieven en bigamisten, gold als waarschuwing voor anderen en was niet afkoopbaar.
Verwante begrippen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen