bigamist
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- bi·ga·mist
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | bigamist | bigamisten |
| verkleinwoord | bigamistje | bigamistjes |
Zelfstandig naamwoord
bigamist m
- een persoon die dubbel gehuwd is
- Het brandmerken of brandtekenen, een straf voor bedelaars, dieven en bigamisten, gold als waarschuwing voor anderen en was niet afkoopbaar.