bezorgde
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Woordafbreking
- be·zorg·de
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| bezorgen |
bezorgde
- enkelvoud verleden tijd van bezorgen
- Ik bezorgde.
- Jij bezorgde.
- Hij, zij, het bezorgde.
- Ik bezorgde.
Bijvoeglijk naamwoord
bezorgde
- verbogen vorm van de stellende trap van bezorgd