bewaking

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·wa·king
Woordherkomst en -opbouw
  • Naamwoord van handeling van bewaken met het achtervoegsel -ing
enkelvoud meervoud
naamwoord bewaking -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

bewaking v

  1. het beveiligen van iets of iemand
  2. het opletten op iets of iemand
  3. de mensen of de systemen die iets beveiligen
  4. de mensen of de systemen die ergens op letten of op iemand letten
    Kijk uit voor de bewaking, anders worden we gesnapt!
Afgeleide begrippen