bewaking
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: bewaking (hulp, bestand)
- IPA:
- (Noord-Nederland): /bə.ˈʋa.kɪŋ/
- (Vlaanderen, Brabant): /bə.ˈβ̞a.kɪŋ/
- (Limburg): /bə.ˈwa.kɪŋ/
Woordafbreking
- be·wa·king
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | bewaking | - |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
bewaking v
- het beveiligen van iets of iemand
- het opletten op iets of iemand
- de mensen of de systemen die iets beveiligen
- de mensen of de systemen die ergens op letten of op iemand letten
- Kijk uit voor de bewaking, anders worden we gesnapt!