bevriezen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: Bestand bestaat nog niet. Aanmaken?
- IPA:
- (Noord-Nederland): /bə'vrizə(n)/
- (Vlaanderen, Brabant, Limburg): /bə'vrizə(n)/
Woordafbreking
- be·vrie·zen
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| bevriezen /bə'vrizə(n)/ |
bevroor /bə'vro̝ːr/ |
bevroren /bə'vro̝ːrə(n)/ |
| klasse 2 | volledig | |
Werkwoord
bevriezen
- (ergatief) door afkoeling in vaste toestand komen
- Water bevriest bij nul graden Celsius.
- (ergatief) door afkoeling ophouden met werken of beschadigd raken
- Tijdens deze strenge winter is een deel van de oogst bevroren.
- (ergatief) ineens ophouden met bewegen; verstijven; dichtklappen
- Ze bevroor als een konijn in het licht van koplampen.
- Zijn glimlach bevroor.
- (overgankelijk) iets door afkoeling in vaste toestand doen komen
- We bevriezen onze groenten twee uur na de oogst.
- (overgankelijk) iets blokkeren of niet verder laten toenemen
- Thailand wil de export naar de EU bevriezen.