betreuren
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- be·treu·ren
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| betreuren |
betreurde |
betreurd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
betreuren
- (overgankelijk) leedwezen tonen over iets
- De ondergang van zo veel diersoorten wordt allerwegen betreurd, maar het blijft vaak bij treurnis.