betoog
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- be·toog
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | betoog | betogen |
| verkleinwoord | betoogje | betoogjes |
Zelfstandig naamwoord
betoog o
- een verhaal of stuk waarin men een bepaald gezichtspunt met argumenten tracht te onderbouwen
- Als ik dan dat áálgladde betoogje van de heer De Hoop Scheffer hoor, dan wordt het bij mij koud.[1]
Vertalingen
1.
Verwijzingen
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| betogen |
betoog