betasten
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- be·tas·ten
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| betasten |
betastte |
betast |
| zwak -t | volledig | |
Werkwoord
betasten
- (overgankelijk) met de handen iemands lichaam op verschillende plaatsen aanraken
- De man trachtte haar te betasten, maar zij wilde er niets van hebben.