bestralen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
| naamwoord van handeling | |
|---|---|
| zelfstandig | bijvoeglijk |
| bestralen | bestralend |
| bestraling | bestraald |
Uitspraak
Woordafbreking
- be·stra·len
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| bestralen |
bestraalde |
bestraald |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
bestralen
- (overgankelijk) aan straling blootstellen
- Als iets bestraald wordt, gebeurt dat meestal met gamma- of röntgenstraling.