bestopt

Uit WikiWoordenboek

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·stopt
Woordherkomst en -opbouw
  • vervoeging van bestoppen: de stam met de uitgang -t, zonder ge- vanwege voorvoegsel

Werkwoord

vervoeging van
bestoppen

bestopt

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bestoppen
    • Jij bestopt. 
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bestoppen
    • Hij bestopt. 
  3. (verouderd) gebiedende wijs meervoud van bestoppen
    • Bestopt! 
vervoeging van: bestoppen…
verbogen vorm: bestopte

bestopt

  1. voltooid deelwoord van bestoppen