bepraten
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- be·pra·ten
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| bepraten |
bepraatte |
bepraat |
| zwak -t | volledig | |
Werkwoord
bepraten
- (overgankelijk) door praten iemand tot een verandering in zijn standpunt overhalen
- Uiteindelijk liet hij zich toch bepraten.