beoogde

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·oog·de

Werkwoord

vervoeging van
beogen

beoogde

  1. enkelvoud verleden tijd van beogen
    Ik beoogde.
    Jij beoogde.
    Hij, zij, het beoogde.